Nieuw elan voor de vakbond
Nieuwjaarsbijeenkomst CNV in Den Haag

CNV wil geen vakbeweging zijn, die alléén bezig is om oude rechten te verdedigen, maar een die de moderne behoeften van de Nederlandse beroepsbevolking (jong + oud) onderkent en waarborgt. Op welke waarden moet het CNV gaan inzetten? Wat maakt dat mensen met plezier werken en kunnen blijven werken. Een onderzoek heeft hier inzicht in gegeven.
Samenvatting onderzoek
Het onderzoek valt samen te vatten aan de hand van drie vraagblokken:
- Hoe gaat het met werkend Nederland? Werkt men met plezier?
- Hoe gaat het met specifieke groepen in het bijzonder? Waar is het plezier het grootst, waar het kleinst?
- Waarom gaat het zoals het gaat? Hoe komt het dat sommige mensen wél met plezier werken en anderen niet? Welke waarden liggen hieraan ten grondslag?
We beginnen met de eerste vraag. Gemiddeld genomen gaat het goed met werkend Nederland. Ruim driekwart is tevreden over zijn of haar huidige baan en tweederde heeft het gevoel ook echt op zijn of haar plek te zitten. Daarnaast is slechts een klein deel van werkend Nederland op zoek naar een nieuwe baan. Plezier en salaris zijn de belangrijkste elementen in het werk – eigenlijk voor iedereen – en vooral over het eerste is men tevreden.
Op dit moment hebben jongeren minder plezier in hun werk dan ouderen. Zelfstandig ondernemers zijn juist meer tevreden dan mensen in loondienst. Tussen mannen en vrouwen zit eigenlijk geen verschil, ook zien we weinig verschil tussen vakbondsleden en mensen die geen lid zijn.
Wat verklaart waarom men al dan niet tevreden is en plezier in het werk heeft? In het onderzoek komen vier kernwaarden naar voren die het meeste invloed hebben op iemands tevredenheid en werkplezier. Zodra aan een of meer van die waarden niet wordt voldaan, begint het bij mensen te knagen. Dan ebt het plezier weg, voelt men zich niet meer op zijn plek en wil men weg. Soms gaat dat echter niet. Niet iedereen is even wendbaar. Met name 45-plussers willen soms wel weg, maar kunnen dat niet altijd meer – voor hun gevoel. Andersom werkt het echter ook. Dit onderzoek toont aan dat zodra de waarden voldoende zijn geborgd in het werk, mensen meer tevreden zijn. Om welke vier waarden gaat het nu?
Afwisseling
Op de eerste plaats blijkt afwisseling in het werk een grote impact te hebben op overall tevredenheid. Op de tweede plaats komt waardering. Persoonlijke groei en ontwikkeling, staat op drie en werksfeer is de nummer vier. Hoe meer tevreden men is over deze waarden, hoe hoger de tevredenheid, hoe groter het werkplezier. Laten we eens nader inzoomen op deze vier waarden, die tezamen de nieuwe maatstaf voor CNV (zouden kunnen) vormen.
Afwisseling is zoals gezegd de belangrijkste waarde die plezier in het werk bepaalt. Het voorkomt verveling, werk wordt minder saai en het houdt de spanning erin. Zoals een werknemer in het onderzoek formuleert: “Afwisselend werk houdt mij scherp, ik zou me anders snel gaan vervelen.” Het gaat om de afwisseling in werkzaamheden, maar zeker ook om afwisselende contacten tijdens het werk. Zoals een andere werknemer beaamt: “Niet van te voren weten wat de dag zal brengen, omgaan met allerlei soorten mensen”. Bij een goede afwisseling in werkzaamheden hoort overigens ook een goede werkdruk, wanneer deze werkdruk niet in orde is zakt het plezier weg. Wanneer mensen ontevreden zijn over hun baan is een veel genoemd minpunt immers de werkdruk.
Waardering
Op twee staat waardering. Bij waardering gaat het om respect, positieve reacties uit de omgeving, complimenten, schouderklopjes en – toch ook - het ontvangen van een bonus. Waardering kan en mag van iedereen komen; van collega’s, van leidinggevenden, maar zeker ook van klanten, patiënten of leerlingen zoals blijkt uit de reactie van een respondent op de vraag hoe waardering zich in zijn of haar baan uit: “Patiënten die tevreden zijn en weer beter kunnen functioneren”. Een aantal werknemers is niet tevreden over de waardering die zij krijgen in hun huidige baan, zeker niet gezien het belang dat zij hier aan hechten.
Persoonlijke Ontwikkeling
Op drie staat persoonlijke ontwikkeling en groei. Denk hierbij aan de mogelijkheid om door te groeien in een bedrijf, cursussen en opleidingen te volgen en het opdoen van nieuwe ervaringen. Wanneer men hier ontevreden over is, komen reacties naar voren als “Mijn persoonlijke ontwikkeling staat nu stil... En er is nu te weinig privé tijd om dit op andere manieren in te vullen” of “zou mij meer willen ontwikkelen. Ontevreden gevoel.”
Werksfeer
Werksfeer komt op de vierde plek. Werksfeer betekent voor veel werknemers vooral het hebben van leuke collega’s, een gezellig team, prettige contacten en een goede omgang met elkaar. Een prettige werksfeer heeft tevens consequenties voor de werkprestaties, zoals een respondent beweert: “Alleen in een goede werksfeer kun je optimaal presteren”. Verder blijkt de samenhang tussen werksfeer en plezier in het werk ook uit de quote: “Als de werksfeer goed is heb ik automatisch meer plezier in mijn werk”.
Deze vier aspecten zijn het meest plezierverhogend én er liggen kansen om deze te verbeteren; zeker voor het CNV.
Salaris minder belangrijk
Salaris blijkt minder van invloed op werkplezier. Deze invloed is substantieel kleiner dan die van voorgaande vier waarden. Het werkt bovendien subtieler.
- Het salaris hoeft voor mensen niet per sé zo hoog mogelijk te zijn, het moet vooral voldoen aan de verwachtingen. Maar ook in lijn zijn met wat collega’s verdienen en wat marktconform is. Men wil letterlijk krijgen wat men verdient. Wanneer dit niet gebeurt, nemen de meeste werknemers zelf het initiatief om te gaan praten en onderhandelen met hun werkgever.
- Hetzelfde geldt voor zekerheid in het werk: mensen willen niet per se maximale zekerheid, maar de juiste zekerheid. Als dat in orde is, dan stijgt ook de overall tevredenheid. Dit geldt ook voor de vrijheid om privé met werk te combineren: hoeft niet maximaal, maar optimaal.